Corona-Journaal Hans Stolp

Onderstaande tekst betreft een verwijzing door Hans Stolp in zijn artikel Corona - Ofwel: de strijd om de ziel van de mens, in Verwachting nummer 98 - maart, april, mei 2021.

 Rudolf Steiner en het vaccineren - auteur: René Madeleyn

De praktijk van het vaccineren maakt wezenlijk deel uit van het succesverhaal van de geneeskunde. Het is een uitgesproken doelstelling van de WHO om de pokken en polio wereldwijd uit te roeien en de mazelen in de industriestaten zo ver te reduceren dat het mazelenvirus niet meer circuleert binnen een land. Daarvoor streeft men ernaar dat minstens 95% van de bevolking tweemaal gevaccineerd wordt bij al wie geen natuurlijke immuniteit heeft na doorgemaakte mazelen. Niet alleen tegenstanders van vaccinatie, maar ook vaccinatiecritici valt men in toenemende mate aan als ze ertoe bijdragen dat de gewenste 95% niet bereikt worden bij de mazeleninenting. Afhankelijk van bepaalde risicofactoren moeten ouders over 14 tot 16 vaccinaties beslissen.

Rudolf Steiner heeft zich zeer fundamenteel over intentingen geuit en toonde zich daarbij een meester in het afwegen. Ofschoon hij zelf nooit angst had voor een infectie, lieten hij en Marie Steiner zich inenten tegen de pokken toen in Berlijn in een antroposofische kinderopvang de pokken uitbraken. Ernstige nevenwerkingen nam hij erbij; hij wilde solidair zijn en een voorbeeld, omdat de actuele situatie het eiste.1

In wat volgt, wordt niet over zin en noodzaak van bepaalde inentingen gesproken, maar zal getoond worden hoe Rudolf Steiners houding was ten opzichte van inentingen in het algemeen en wat hij dacht over inenting. Alle inentingen die vandaag worden aanbevolen, waren tijdens het leven van Rudolf Steiner nog niet bestaande.

Ik wil eerst zijn uitspraken over inenten in chronologische volgorde voorstellen.

Op 25 mei 1905 hield Steiner in Berlijn een openbare voordracht2 en sprak hij over de verhouding van de geneeskunde tot de theosofie.

Hij legt in deze voordracht het ideële fundament voor een spirituele geneeskunde die zich bevrijdt van het materialisme van de tegenwoordige wetenschap en die weer moet aanknopen bij de geneeskunde van een Hippokrates in de Oudheid en een Galenus uit de Middeleeuwen.

Een voorbeeld voor wat ik bedoel, hebben we als we kijken naar de hindoes (…). De artsen van de hindoes passen een principe toe dat aan de basis ligt van de immunise-ring, de inenting met een heilserum, zoals we die kennen. Het is het bekampen van een bepaalde ziektevorm doordat de ziekteverwekker zelf gebruikt wordt als geneesmiddel. De hindoe-artsen genezen slangenbeten doordat ze de wonde met hun speeksel bewerken. Door oefening is het speeksel voorbereid. De artsen hebben zichzelf immuun gemaakt voor slangenbeten, tegen slangengif, door slangenbeten op het eigen lichaam. Het is hun opvatting dat de arts ook lijfelijk iets kan bewerken door iets wat hij in zichzelf ontwikkelt. Alle geneeswerking van mens tot mens berust op dit principe. Bij de hindoes ligt aan dit principe een bepaalde inwijding ten gronde.

Het stemt overeen met deze uitvoering van passieve immunisering, maar zo toegepast dat de arts persoonlijk met de krachten werkt waarmee hij zelf de ziekte heeft overwonnen. Hij stelt deze krachten in onbaatzuchtige liefde aan zijn patiënten ter beschikking.

Ofschoon er in 1910 nog geen antroposofische artsen waren, is de in Hamburg gehouden voordrachtencyclus De Openbaringen van het Karma3 eigenlijk een cursus voor artsen. De aanleg tot voornamelijk bepaalde infectieziektes wordt verbonden met feiten en eenzijdigheden in vroegere levens. Door het doormaken van de betreffende ziekte komt een evenwicht tot stand.

Terwijl tegen mazelen en difterie toen nog geen vaccin bestond, was die er reeds verschillende decennia wel tegen pokken.

In de achtste voordracht schetst Rudolf Steiner het karma van een mens die in een vroeger leven liefdeloosheid tegen zijn naaste medemensen ontwikkelde. Deze treedt in een later leven als karmische werking op en schept de dispositie voor de pokken. Zou men door hygiënische maatregelen resp. door de pokkeninenting in de uiterlijke lichamelijkheid de ontvankelijkheid voor de pokken wegnemen, dan zou door spirituele opvoeding op een andere manier het vermogen tot liefhebben in de ziel moeten gewekt worden.

«Als men aan de ene kant hygiëne oefent, moet men anderzijds de verplichting voelen, de mensen wier organisatie men omgevormd heeft, ook iets voor de ziel te geven. Inenting zal geen mens schaden die na de inenting in het latere leven een spirituele opvoeding krijgt.

In de negende voordracht wordt deze redenering nog versterkt. Steiner beklemtoont daarin dat het gevolg van een eenzijdige hygiëne gekoppeld aan een verbetering van de gezondheid zonder compensatie aan de kant van de ziel zou neerkomen op een verschraling van de ziel:

Wie preciezer naar het leven kijkt, kan het vandaag reeds zien. In geen ander tijdperk dan vandaag zijn er zoveel mensen geweest die in zulke aangename uiterlijke omstandigheden leven, maar die tegelijk met zulke schrale, niet actieve zielen rondlopen. De mensen haasten zich van sensatie naar sensatie. Wanneer hun beurs het toelaat, reizen ze vervolgens van stad naar stad om er iets te zien, of, wanneer ze in die stad moeten blijven, haasten ze zich iedere avond van genoegen naar genoegen. Zulke zielen blijven echter juist daarom toch schraal, ze weten tenslotte niet meer wat ze moeten opzoeken in de wereld om nog een inhoud te vinden. Met name wordt door een leven van alleen uiterlijke, fysiek aangename toestanden de hang ontwikkeld om alleen over het fysieke na te denken. En als die neiging om zich met het fysieke bezig te houden, niet reeds lang aanwezig was, dan was ook de neiging tot theoretisch materialisme niet zo sterk zijn geworden als dat in onze tijd het geval is. Op die manier lijden de zielen meer, terwijl het uiterlijke leven gezonder wordt gemaakt.

Deze zinnen kunnen ons zeer tot nadenken stemmen als we onze goed ingeënte welvaartsculturen vergelijken met die van ontwikkelingslanden. Ze tonen immers in alle duidelijkheid in welke richting de evolutie van onze samenleving tendeert.

Een verruiming krijgt het begrip inenting bij Rudolf Steiner in drie voordrachten van het jaar 1917.4 Deze voordrachten zijn, zoals andere voordrachten gehouden uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog, zeer indringend van stijl.

In elk van deze drie voordrachten wijst hij naar een bijzondere manier van inenting, vergelijkbaar met een inenting tegen een ziekte, waarmee bij kinderen de neiging tot het geestelijke wordt uitgedreven. In de voordracht van 20 mei 19174 gaat Rudolf Steiner uit van het concilie van Constantinopel van 869. Zoals het toen de bedoeling was de geest af te schaffen (tegenover de ziel en het lichaam), zo gaat het er nu en in de toekomst om, vanuit het na-tuur-wetenschappelijke monisme, de ziel af te schaffen.

… En het zal komen – denk niet dat het een grap is! – dat de ziel afgeschaft wordt. Aan de verschillende geneesmiddelen, aan de lichamelijke geneesmiddelen, die er vandaag zijn, zal een reeks andere toegevoegd worden die de bedoeling hebben om diegenen te behandelen die over zoiets geveinsd als geest en ziel spreken. Die zal men behandelen, die zal men geneesmiddelen geven opdat zij niet meer spreken van geest en ziel. De geest kon men gewoon afschaffen, de ziel zal men alleen bij de mens kunnen uitdrijven doordat men het lichaam geneeskundig juist behandelt. Zo grotesk als dat vandaag ook moge klinken, de tendens gaat in die richting dat men middelen zal bedenken, allerlei spul waarmee men een kind inent waardoor zijn lijfelijke organisatie zo naar beneden toe afgezwakt wordt dat de materialistische gezindheid goed in hem leeft. Het komt er helemaal niet op aan, de oude idee van ziel en geest te behandelen als iets anders dan louter als iets waarin enkel de oude tijden geloofd hebben. Die oude tijden worden een groot vermaak om naar terug te blikken!

Op 27 oktober 19175 spreekt Steiner over de strijd van Michael tegen de draak, tegen de geesten van de duisternis. Zij die onder de mensen werken nadat ze na de overwinning van Michael in de herfst van 1879, op de aarde geworpen werden. Ze willen met materiële middelen ervoor strijden dat materialistische gezindheid zich voor altijd zal uitbreiden. Ze willen mensen inspireren zodat ze vaccins vinden om uit de zielen reeds van in hun vroegste jeugd via de omweg van de lichamelijkheid de hang naar spiritualiteit uit te drijven. Zoals men vandaag de lichamen inent tegen dit en dat, zo zal men in de toekomst kinderen met een stof inenten die zonder twijfel kan geproduceerd worden, zodat mensen door deze inenting beveiligd zijn tegen het feit dat ze de dwaasheden van het spirituele leven uit zichzelf zouden ontwikkelen.

Een beetje later volgt een passage waarin het vaccin tegen tuberculose, het zogenoemde BCG-vaccin6, vermeld wordt:

Zoals de geneeskunde uit tuberculose de impulsen gehaald heeft om tegen tuberculose vandaag een vaccin te hebben, zo zal men inenten tegen de aanleg tot spiritualiteit.7

Hier is opmerkelijk dat Rudolf Steiner voorzag wat de grootste ooit doorgevoerde veldstudie over de werkzaamheid van deze inenting bevestigde.8 Gepubliceerd in 1979stelde ze vast: de ontbrekende effectiviteit van de inenting met bedenkelijke gevolgen en vele éénduidig aan de inenting toe te schrijven sterfgevallen. Reeds in de loop van Rudolf Steiners leven was een vaccin tegen tuberculose ontwikkeld en in omloop gebracht.

Nog vandaag wordt in vele landen tegen tuberculose ingeënt, terwijl de Duitse overheid op de voorhanden studies gereageerd heeft (zij het relatief laat) en generlei indicatie meer ziet voor deze inenting, ook niet bij mogelijk contact met tuberculosepatiënten.

In de laatste voordracht van 6 november 191710 spreekt Steiner over de negatieve werkingen van gestorven mensen die door geweld om het leven kwamen (aan de hand van het voorbeeld van de Indische roofmoordenaarsbende, de ‘Thugs’). Die werkingen leiden ertoe dat bepaalde geheimen te vroeg tot werkzaamheid komen, tot onheil van de wereld. Er wordt verwezen naar de beheersing van bepaalde aspecten van de menselijke voortplanting, van verschillende ziektes en van het intreden van de dood. Weer culmineerde de voordracht in een uitspraak dat door bepaalde vaccinmiddelen het menselijk lichaam beïnvloed wordt:

Men zal de mensen tegen de aanleg voor geestelijke ideeën inenten.

Raadselachtig blijft hier welk concreet soort vaccin werkelijk bedoeld is. Even eigenaardig verschijnen de drievoudige veroorzakers van de effecten die zulke vaccins beogen.

Ten eerste zijn dat wetenschappers die als monisten geen autonoom leven toestaan aan ziel en geest. Vervolgens de door Michael op de aarde geworpen geesten van de duisternis, diegenen die wij als ahrimanische wezens kunnen aanzien. Tenslotte de gestorven zielen van mensen die vermoord werden door misdadige manipulaties van bepaalde groepen en hun werkzaamheid.

In de vele vanaf 1920 voor artsen gehouden voordrachten duikt enkel in een vragenbeantwoording van 22 april 1924 een uitweiding over inenten op.11

Steiner beschrijft vooreerst de pokken zo dat de mens daarbij iets gelijkaardigs doormaakt als bij een initiatie. Hij knoopt aan bij de beschrijving van de pokken in de voordracht van 8 januari 1924 uit de zogenaamde Jungmedizinerkurs (cursus voor jonge artsen).12 Degene die ziek is van de pokken maakt organisch iets mee wat overeenstemt met de geestelijke belevenis van de imaginatie van de dierenriem. Tegen de besmetting beschermt, aldus Steiner, het moedige, zuiver objectieve waarnemen van de zieke die lijdt aan de pokken. Er volgt dan een biografische tussenkomst: Rudolf Steiner is nooit de ontmoeting met een besmettelijke zieke uit de weg gegaan en is daarbij door zijn innerlijke houding echter ook nooit besmet.

Daarna gaat Steiner in op de inenting. Opnieuw herinnert hij aan het motief van de spirituele opvoeding als bescherming tegen de schadelijke werkingen van de inenting. Die bescherming is er niet bij mensen die opgroeien met een voorkeur voor materialistische gedachten:

Daar wordt het inenten een soort ahrimanische kracht: de mens kan zich niet meer optillen uit een bepaald materialistisch voelen, hij wordt constitutioneel materialistisch, hij kan zich niet meer verheffen tot het geestelijke.

Als een soort vervangmiddel bij zichzelf voor de pokkeninenting kan het, aldus Steiner, even goed werken dat men een bewustzijn ontwikkelt van de ziekte als van een “ongerechtvaardigd geestelijk iets, waartegen ik mij moet staande houden.” Op de vraag hoe men moet handelen wanneer men in een streek woont waar een dergelijke spirituele opvoeding niet mogelijk is, antwoordt hij:

Daar moet je dan inenten. Er blijft niets anders over. Want de fanatieke opstelling tegen deze dingen is iets wat ik niet om medische, maar om algemeen antroposofische redenen helemaal niet zou aanraden. De fanatieke opstelling tegen deze dingen is niet wat we nastreven, maar we willen door inzicht de dingen globaal veranderen. Ik heb dat altijd als ik met artsen bevriend was beschouwd als iets wat je moet bestrijden, bij voorbeeld bij dr. Asch, die absoluut niet inentte. Ik heb dat altijd bestreden. Want als hij niet inent, dan ent iemand anders in. Het is volstrekt zinloos je zo in detail fanatiek op te stellen.

Wanneer we nu proberen de rode draad te vinden tussen deze zes plaatsen in zijn voordrachten, dan past de eerste niet echt in de rij omdat het daar niet gaat om een profylactische inenting, maar om een genezing van een slangenbeet door passieve immunisering. Wezenlijk is daarbij dat de arts de ziekte die hij heelt, zelf doorgemaakt moet hebben en dat deze overwinning van de ziekte tot helende liefdeskrachten leidt.

Alle latere citaten brengen het inenten in verband met ahrimanisch-materialistische impulsen.

Of in de drie voordrachten van het jaar 1917 vaccins bedoeld zijn in de betekenis die we vandaag kennen, moet openblijven. Men zou ook kunnen denken aan iedere vorm van ‘massa-profylaxe’, meer bepaald in overdreven en soms zelfs excessieve dosissen zoals bij een niet-fysiologisch hoog gedoseerde toediening van vitamine D of vitamine K. Beide substanties spelen een sleutelrol in de calciumstofwisseling – zonder hen zouden we geen vast skelet hebben. Wij kunnen deze rangschikken onder de werkzaamheid van ahrimanische wezens.

De antroposofische kinderarts Wilhelm zur Linden nam bij kinderen die vitamine D in de vorm van een shocktherapie met Viganol hadden gekregen, een voortijdige verharding waar tot in de uitdrukking van de ziel.

In deze context geeft het echter ook te denken dat, ondanks de globaal gezien verheugende toename van het geven van borstvoeding als voeding voor zuigelingen, de poedermelkproducten grotendeels de bereiding van vers voedsel in de babytijd hebben verdrongen. De stoffen die ze bevatten, worden bij de bereiding uit hun levendige natuurlijke samenhang verwijderd. In dit ‘sterfproces’ bij de bereiding kunnen we eveneens ‘ver-ahrimaniserende’ krachten zien en we vermoeden waarom Rudolf Steiner de zuivere moedermelkvoeding in de eerste levenstijd van de zuigeling zo belangrijk vond.

We kunnen in Midden-Europa vandaag tegen meer dan 16 infectieziektes actief inenten. Dit wil zeggen: we verhinderen de ‘luciferisch’ gekleurde zijde van de ziektes die oplossen (‘auflösen’). Daar wij in de antroposofische geneeskunde gezondheid zien als een evenwicht tussen polaire ziektetendensen, moeten we ermee rekenen dat we de weegschaal in de richting van de ‘ahrimanisch’ gekleurde ziekten verschuiven, dus in de richting van de sklerotiserende ziektes en de kwaadaardige tumoren.

Op het niveau van ziel en geest kunnen we dit op die plaatsen ervaren waar in onze cultuur het effect van de inenting juist niet door een spirituele opvoeding gecompenseerd wordt. Verheugend in de tegengestelde richting is dat koorts in toenemende mate en ook volgens een groot aantal studies, gezien wordt als zinvolle en noodzakelijke reactie van het organisme om met infectieziektes af te rekenen. Koorts ondersteunt oplossende, ‘luciferische’ impulsen en dat blijken verbouwingsprocessen van het kinderlijke lichaam te zijn. Ook de omvattende impuls van de Waldorfpedagogie (Steinerpedagogie) bevordert de spirituele opvoeding, het stimuleren van het fantasievolle spel, de kunstzinnige activiteit, in het bijzonder door middel van de euritmie, de toepassing in de pedagogie van het inzicht in het ritme van zevensjaarsperiodes, maar ook de ontwikkeling van levendige, groeiende begrippen in plaats van het doorgeven van louter intellectuele kennis.

Tenslotte kunnen we in de gestadig groeiende mediaconsumptie een middel zien om op het kind in te werken in de zin zoals Rudolf Steiner in het in verband met het vaccinatieprobleem beschreef. Ook hier is het de beslissende opdracht van de antroposofische menskunde, overeenkomstige tegen-tendensen te bevorderen.

Als artsen zijn we voor de opdracht geplaatst om vanuit dit weten, zonder ons ‘fanatiek’ tegen publieke inentingen te keren, een afwegende houding tegenover iedere inenting te ontwikkelen, ook als het gaat om het voorkomen van epidemies (massa-profylaxe).

(René Madeleyn is arts in de (antroposofische) Filderklinik in Duitsland.

Dit artikel verscheen in Heft 89 van de Medizinisch-Pädagogische Konferenz,

August 2019, p. 16. Vertaler: Wilbert Lambrechts.

We danken dr. Madeleyn voor zijn toestemming om deze vertaling te publiceren.)

 

Noten

1.         Naar een niet gepubliceerd manuscript van Hedda Hummel: Erlebnisse mit Rudolf Steiner, geciteerd in: Wolfgang Vögele, Sie Mensch von einem Mensen! Rudolf Steiner in Anekdoten, Basel, 2012, p. 45.

2.         Steiner, Rudolf, Ursprung und Ziel des Menschen, GA 53. Dornach, 1981.

3.         Steiner, Rudolf, Die Offenbarungen des Karma, GA 120, Dornach, 1992.

4.         Steiner, Rudolf, Mitteleuropa zwischen Ost und West, GA 174a, Dornach, 1982.

5.         Steiner, Rudolf, Die spirituellen Hintergründe der äusseren Welt. Der Sturz der Geister der Finster-nis, GA 177, Dornach, 1977.

6.         Noot van de vertaler: Steiner kan in 1917 het BCG-vaccin nog niet gekend hebben, want dat werd pas vanaf 1921 gebruikt.

7.         Noot van de vertaler: Rudolf Steiner maakt hier een onvertaalbaar calembours. Tuberculose heet in het Duits ook Schwindsucht, wat als de neiging tot dwangmatig willen verdwijnen vertaald kan worden. Rudolf Steiner noemt het echter eerst, vooraleer zich te verbeteren (alsof hij zich versprak): Schwindelsucht. Schwindel is bedrog en Sucht is ook een woord voor verslaving, dus de omschrijving luidt dan: de dwangmatige neiging tot bedrog).

8.         Noot van Luc Vandecasteele: die mislukking geldt enkel voor BCG. Andere vaccins werkengoed en veroorzaken nauwelijks sterfgevallen.

9.         The Lancet, January 12, 1980, p. 73-74.

10.       Steiner, Rudolf, Individuelle Geistwesen und ihr Wirken in der Seele des Menschen, GA 178, Dornach, 1992.

11.       Steiner, Rudolf, Physiologisch-Therapeutisches auf Grundlage der Geisteswissenschaft. Zur Therapie und Hygiene, GA 314, Dornach, 2010.

12.       Steiner, Rudolf, Meditative Betrachtungen und Anleitungen zur Vertiefung der Heilkunst, GA 316, Dornach, 2009.

Het Corona-journaal

Aflevering 8 -  31 augustus 2020

De Coronacrisis vraagt: word wakker (1)

Een groeiende tweedeling in de samenleving
In deze coronatijd ontstaan er binnen heel wat families ruzies en conflicten – en wel over corona covid-19, zoals het nieuwe virus genoemd wordt. Sommige mensen zijn heel voorzichtig en nemen dit nieuwe virus en het gevaar van besmetting heel serieus. Anderen staan nogal kritisch tegenover de verschillende maatregelen die de overheid genomen heeft: zij zien corona covid-19 vooral als een nieuwe griepvariant en zeggen dat het virus van de angst veel gevaarlijker is dan het coronavirus zelf.
Het gevolg is dat er in de samenleving inmiddels een tweedeling is ontstaan. Aan de ene kant is daar de grote groep mensen die voorzichtig willen zijn en/of bang zijn voor corona en een mogelijke besmetting. Maar aan de andere kant is er een groeiende groep van mensen die de maatregelen van de overheid te ver vinden gaan en die corona covid-19 vooral zien als een nieuwe griepvariant. Tot de vele griepvirussen behoren immers ook vier coronavirussen, en het huidige coronavirus is een nieuwe variant van die bekende coronavirussen.

Hoe het begon
Kijken we terug hoe het is begonnen, dan zien we dit:
Half november 2019 vonden de eerste infecties plaats met een nieuw, onbekend virus in Wuhan, in China. Het bleek te gaan om een coronavirus, een nieuwe variant van de al bekende coronavirussen. De aanwijzingen worden steeds sterker dat dit virus afkomstig is uit een militair laboratorium in Wuhan.
Twee maanden later, in januari 2020, werd door de Chinese overheid besloten tot een lockdown: Wuhan (11 miljoen inwoners) en een aantal andere steden gingen op slot en de inwoners moesten zoveel mogelijk thuis blijven: ze kregen huisarrest.
Weer twee manden later, in maart 2020, was er voor het eerst in Europa sprake van een besmettingsgolf. En ook hier besloot de overheid al gauw tot een lockdown, al was er in Nederland sprake van een intelligente lockdown waarmee een iets lichtere vorm van lockdown bedoeld wordt.

De maatregelen werden niet afgeschaald
Op dat moment – bij het begin van de eerste grote besmettingsgolf in Europa - ontstond er bij veel regeringen een grote angst. Er waren immers voorspellingen dat misschien wel 3% van de wereldbevolking aan dit nieuwe virus zou sterven. Dat zou een ramp van ongekende orde betekenen met miljoenen doden als gevolg.
Bovendien was nog niet duidelijk hoe snel deze ziekte zich zou verspreiden. Daarnaast beseften vele regeringen – ook de Nederlandse regering – dat het aantal ziekenhuisbedden en vooral ook het aantal ic-bedden volstrekt onvoldoende zou zijn als de voorspelling van 3% ook daadwerkelijk zou kloppen. Ook beschikte men niet over voldoende beschermingsmateriaal voor ziekenhuis- en verpleeghuismedewerkers.
In hun paniek stelden de overheden hun vertrouwen op een kleine groep deskundigen: epidemiologen en virologen. De adviezen van deze deskundigen werden zonder meer gevolgd. In deze kleine crisisteams was geen plaats voor artsen met een afwijkende mening, evenmin als voor economen, psychologen en sociale wetenschappers. Later zullen we zien hoe de eenzijdigheid van deze crisisteams tot beslissingen leidde die schokkende gevolgen voor de betrokkenen zouden hebben.
Binnen enkele weken bleek dat het virus niet zo dodelijk was als men aanvankelijk gevreesd had: het sterftecijfer bleek (ver) onder de 1% te liggen.
Op dat moment, zeggen vele wetenschappers, hadden de maatregelen afgeschaald kunnen worden: die waren immers gericht op het doemscenario van meer dan 3% doden. Toch gebeurde dat niet. Waarom niet? Omdat inmiddels een tweede virus aan het werk was gegaan: het virus van de angst. Door de ongenuanceerde voorlichting op tv: het elke dag herhalen van het aantal besmettingen, het aantal doden (wat nooit eerder gebeurde bij een griepepidemie), en ga zo maar door, werden de mensen bang gemaakt en verloren ze de nuances uit het oog.
Het gevolg van deze angstgolf was dat scholen werden gesloten, terwijl dat (zelfs) volgens de deskundigen van de crisisteams niet noodzakelijk was. Toch gebeurde dat omdat de overheid zwichtte voor de angst van de mensen die de regering begonnen te verwijten dat deze niet genoeg deed om hen te beschermen. Hetzelfde geldt voor het dragen van mondkapjes: ook dat was volgens het crisisteam niet noodzakelijk, maar werd (met name in het buitenland) toch voorgeschreven: het gaf de mensen in hun angst het gevoel van bescherming.
Dat het ook anders kan, zien we aan Zweden: daar werd geen lockdown aan de inwoners opgelegd, maar werd de verantwoordelijkheid aan de mensen zelf overgelaten. De corona-epidemie werd daar behandeld als een griepepidemie, zij het een griep waar je wel zorgvuldig mee moet omgaan. In Zweden is de regering ook niet bang voor een tweede besmettingsgolf: ze hebben alles in een keer over de mensen heen laten komen (net als elk jaar elke andere griep).

Wie heeft er nu gelijk?
Wie van de twee hierboven genoemde groepen heeft nu gelijk? De zorgvuldigen of angstigen, of degenen die kritisch staan tegenover het huidige beleid en die vaak verwijzen naar de website viruswaarheid (voorheen viruswaanzin)?
Voor beide visies valt iets te zeggen. Corona covid-19 is weliswaar een griepvariant en is in principe niet dodelijker dan een griep, maar kan wel veel meer en ernstiger complicaties veroorzaken: met name op het gebied van de longen. Bovendien is er sprake van een extreme moeheid waaraan vele zieken nog lang blijven lijden; het is mede deze moeheid die de complicaties veroorzaakt. Het is dus niet zomaar een griepje, maar een ziekte die wel serieus moet worden genomen. Met name door ouderen en mensen met gezondheidsproblemen: zij zijn degenen die het meest geraakt worden door dit virus. Zij moeten dus voorzichtig zijn.
Maar ook voor het standpunt van de mensen die kritisch staan tegenover het overheidsbeleid valt veel te zeggen. We zagen al dat de maatregelen eerder afgeschaald hadden kunnen worden, maar dat dit niet gebeurde omdat de overheid meeging met het virus van de angst. Maar daarnaast is het zo dat artsen en andere wetenschappers met een afwijkende mening monddood werden (en nog steeds worden) gemaakt. Het lijkt alsof de media zich in dit opzicht een soort zelfcensuur hebben opgelegd. Denk bijvoorbeeld aan Maurice de Hond die bijna nergens in medialand welkom is, of aan de vooraanstaande arts dr. Wodarg in Duitsland die vroeger Bondsdaglid was en directeur van een groot gezondheidscentrum: ze krijgen geen kans aan hun afwijkende inzichten via de media bekendheid te geven.
Veel mensen hebben het gevoel dat ze ergens tussen die beide opvattingen instaan: ze begrijpen dat het niet om zomaar een griepje gaat, maar ze delen ook heel wat opvattingen van de kritisch denkenden. Met name zij stellen de vraag: Waarom is de regering gezwicht voor het virus van de angst? En waarom doet de regering dat nog steeds?

De grote strijd tussen louter materialistisch denken en geestelijk denken
Velen hebben het gevoel dat zij moeten kiezen tussen één van die beide standpunten: de voorzichtigen en de kritisch denkenden. Maar is dat zo? Of is er nog een andere manier om naar deze crisis te kijken dan alleen maar vanuit die tegenstelling?
Die mogelijkheid is er zeker. De coronacrisis speelt namelijk een belangrijke rol in een geestelijke strijd die al veel langer gaande is, maar die (helaas) maar weinig aandacht krijgt. Die strijd gaat tussen een eenzijdig technisch kijken en denken, ofwel een louter materialistisch denken én een geestelijk denken en kijken. Zoals gezegd: die strijd is al langer gaande, maar komt in deze tijd steeds duidelijker aan het licht.
Laat mij de opmars van het eenzijdig technische denken aan de hand van drie voorbeelden mogen illustreren:
Sommige kinderen krijgen in deze tijd op school een vrolijk en aanstekelijk liedje te leren. De tekst is minder vrolijk: Als je van iemand houdt, hou dan een beetje afstand, anderhalve meter (2). Wanneer je na begint te denken over de uitwerking die zo’n liedje op het latere leven van jonge kinderen kan hebben, dan schrik je. Kinderen tot aan de puberteit kunnen immers nog niet relativeren en velen van hen zullen een leven lang bang blijven voor aanrakingen en voor nabijheid. Ze kunnen niet bevatten dat het in de toekomst niet meer gevaarlijk zal zijn om een ander aan te raken. Zo wordt intimiteit voor hen tot iets bedreigends, in plaats van iets dat verwarmt en troost.
Moeten we zo met de coronacrisis, en vooral: met onze kinderen omgaan?
Een vader vertelde: Mijn zoontje en een vriendje van hem werden panisch omdat ik door iemand werd aangeraakt. Ik kon ze nauwelijks tot bedaren brengen en heb op mijn zoontje en zijn vriendje in moeten praten om deze aanraking te relativeren. Zo zien we hoe bij deze kinderen angst de plaats inneemt van hun oorspronkelijke onbevangenheid.
Bij een thuisopdracht van school (met de naam Digi-doener) worden kinderen verschillende stellingen voorgehouden; zij moeten zeggen of die stelling juist of onjuist is. Bijvoorbeeld de stelling:
Met een usb-stick in je vinger heb je altijd en overal je bestanden bij je (3).
- Of de stelling: Je kunt een chip in je arm zetten waarmee je deuren, lampen of de verwarming kunt bedienen.
- Of de stelling: Je kunt slimmer worden met een chip in je hersenen.
De eerste twee stellingen zijn juist, de laatste is onjuist, zegt de thuisopdracht. Opvallend is voor mij vooral dat deze technische ontwikkelingen in de thuisopdracht als heel vanzelfsprekend – en dus als positief en goed worden gezien.
Het lijkt er daarmee op dat onze jongeren worden voorbereid op een samenleving waarin de techniek allesbeslissend wordt en waarin het woord geest iets onbelangrijks is, een overblijfsel uit vroeger tijden: het wordt nergens meer genoemd.

Zo komt het gangbare onderwijs ongemerkt – het gaat zo sluipend – eenzijdig in het teken te staan van de techniek, en is niet (langer) op geestelijke groei gericht. (Gelukkig het Vrije School- en Montessorionderwijs over het algemeen nog wel!)

In Thailand worden kleine kinderen op de peuterspeelzaal in een soort doorzichtige plastic dozen neergezet (zie het onderstaande plaatje). Zo kunnen ze elkaar en het zorgpersoneel niet besmetten… Op die manier wordt weliswaar wel hun fysieke lichaam beschermd tegen corona, maar wordt hun ziel verwaarloosd. Juist op jonge leeftijd hebben jonge kinderen immers het directe contact met andere kinderen en hun verzorgenden hard nodig om straks een sociaal mens te kunnen worden. (Als er psychologen in de crisisteams hadden gezeten, waren dergelijke maatregelen misschien niet getroffen…)

plastic box

Autisme
Zowel kinderen als volwassenen mogen elkaar niet aanraken. Maar wat is het gevolg van een dergelijk verbod? Aanrakingen hebben alles te maken met gevoel en met zachtheid. Let maar eens op bij jezelf hoe je innerlijk reageert als jij een ánder liefdevol aanraakt, of als iemand anders jóu liefdevol aanraakt: je daalt (als je je voor deze aanraking openstelt en je niet afsluit) als vanzelf vanuit je hoofd af naar je hart. Je wordt zachter, opener en ontvankelijker. (Wie dat niet ervaart, moet zichzelf de vraag stellen of zijn gevoelsleven al te zeer is afgesloten, en zal zich vervolgens de vraag moeten stellen, hoe hij weer gevoelig kan worden.)
Verbied je aanrakingen, dan dwing je mensen daardoor ongemerkt meer in hun hoofd te blijven – en dus in het denken dat afstandelijk is en geen contact maakt. Het echte contact maken we immers met ons hart, met tederheid, met aanrakingen en met emoties die we durven delen.
Dat is het dus wat er gebeurt als we mensen verbieden elkaar aan te raken: we sluiten elkaar op in ons hoofd en worden geleidelijk wandelende hoofden in plaats van gevoelige, warme mensen.
Over al deze dingen nadenkend begon ik te beseffen dat het huidige verbod om elkaar aan te raken uiteindelijk een generatie mensen oplevert die vaker autistisch zal zijn dan bij vroegere generaties het geval was. Met name de jonge kinderen die nu bang gemaakt worden voor aanrakingen, zullen over dertig jaar – als ze volwassen zijn – veel vaker autistisch blijken te zijn dan de generaties voor hen.

Een eerste conclusie
Op grond van bovenstaande overwegingen zal het duidelijk zijn dat de overheidsmaatregelen alleen gericht zijn op de gezondheid van het fysieke lichaam, maar geen enkele rekening houden met de ziel en de geest van een mens. Ze zijn louter gericht op het fysieke - en dus op het materiële, en niet op de geest. Zo zien we dat de huidige coronacrisis het louter materialistische denken versterkt, en dat in deze tijd elk geestelijk denken kennelijk voor onzin wordt gehouden.
Hierbij aansluitend mogen we de vraag stellen, waarom de overheid niet het belang van goede (= biologische of biologisch-dynamische) voeding benadrukt? Een dergelijke voeding versterkt ons afweersysteem en biedt dus een zekere bescherming tegen corona. Waarom wordt dat nooit genoemd?
Bovendien wordt er al helemaal niet gesproken over de zin van yoga, meditatie en gebed. Wie mediteert en bidt, ervaart dat zijn vertrouwen versterkt wordt en zijn angst kleiner wordt. Dus ook zijn angst voor corona. Vertrouwen is een kracht die onze afweer versterkt, terwijl angst ons juist vatbaar maakt voor het coronavirus.

Inentingen
Er zitten inentingen tegen corona covid-19 aan te komen. Wat zijn de gevolgen van die inentingen? Rudolf Steiner heeft in 1907 al voorspeld dat het effect van sommige inentingen in de toekomst zou kunnen zijn dat we als mens de verbinding met de geest en de geestelijke wereld gaan verliezen.
Hoe kan dat? Bepaalde stoffen in die vaccins hebben een verstarrende uitwerking op ons etherische lichaam (ofwel op onze levenskrachten) en hechten dat lichaam (ofwel deze stroom van levenskrachten) vaster aan het fysieke lichaam. Daardoor – zo vertelt een eeuwenoude esoterische wijsheid - verdwijnt onze innerlijke gevoeligheid voor de geestelijke wereld: alleen wat we zien en bewijzen kunnen, bestaat dan nog voor ons. Helder weten, intuïtief voelen, helder zien of horen is immers alleen mogelijk wanneer ons etherische lichaam nog een zekere beweeglijkheid bezit en nog niet onbeweeglijk vastgeklonken zit aan het fysieke lichaam.
Is het mogelijk dat de komende inentingen ter bescherming tegen covid-19 ook een dergelijke uitwerking zullen hebben? Ik vermoed van wel en ik ben er bang voor dat dit daadwerkelijk het geval zal zijn. Ik word in mijn bezorgdheid versterkt, omdat de farmaceutische industrie natuurlijk geen enkel onderzoek zal doen naar deze bijwerking van hun vaccins: de huidige wetenschap houdt immers alleen rekening met ons fysieke lichaam en niet met onze ziel en al helemaal niet met ons etherische lichaam.
Daarnaast is het zo dat de bijwerkingen van die nieuwe vaccins nog helemaal niet bekend zijn en dat er geen tijd genomen wordt om daar verder onderzoek naar te doen. Dat is schokkend. Denk alleen maar aan het feit dat we nu nog steeds op het spoor komen van ingrijpende bijwerkingen van vaccins die al dertig jaar oud zijn!
De overheid heeft (het is maar een van de mogelijke voorbeelden) op haar begroting een post van 5 miljoen euro gereserveerd voor schadeclaims die het gevolg zijn van de inenting tegen de Mexicaanse griep die ons in 2009 belaagde. Heel wat mensen die toen ingeënt werden, hebben last gekregen van ingrijpende bijwerkingen van het vaccin, onder andere de zogenaamde slaapziekte. De overheid staat garant voor die schadeclaims (niet de farmaceutische industrie en daarom durven ze natuurlijk veel meer risico’s te nemen). Vandaar dus dat de overheid die schadepost moet reserveren op zijn begroting. Iedereen die op de hoogte is van dit soort feiten zal als vanzelf uiterst terughoudend zijn en niet zonder meer overgaan tot de inenting tegen corona die de komende tijd waarschijnlijk gaat komen.

De gevolgen van het eenzame sterven
Tijdens de eerste golf van de coronacrisis werden verpleeghuizen en verzorgingstehuizen gesloten: bezoek werd niet toegestaan. Het gevolg daarvan was dat er heel wat mensen in volslagen eenzaamheid zijn gestorven, zonder ook maar een enkele geliefde bij hun bed.
Denk eens na over de geestelijke gevolgen daarvan: eenzaamheid maakt angstig en bang - zeker als je voor grote en ingrijpende levenservaringen staat, zoals sterven en doodgaan. Dat heeft als gevolg dat degene die in eenzaamheid sterft, dus ook met een gevoel van volslagen eenzaamheid en met een grote angst de geestelijke wereld binnenkomt. En het zal nog langere tijd duren voordat hij in de geestelijke wereld die donkere gevoelens van eenzaamheid stap voor stap leert afleggen om zich toe te vertrouwen aan het licht en de liefde van de geestelijke wereld (4).
Maar in eenzaamheid sterven betekent ook dat hij of zij liever niet meer naar de aarde terugkeert voor een nieuwe incarnatie. Sommigen zullen zich zelfs tot het uiterste verzetten tegen een nieuwe afdaling naar de aarde, omdat hun laatste herinnering aan het aardse leven die gruwelijke eenzaamheid bij het sterven was. Toch zullen ze aan de wet van reïncarnatie gehoor moeten geven. Mensen die zo sterven zullen dan ook in een nieuw aards leven vaak als huilbaby geboren worden: ze hebben extra veel liefde, warmte en troost nodig in hun eerste levensjaren.
Persoonlijk vind ik het – rechttoe, rechtaan gezegd - mensonterend als we geliefden om welke reden dan ook weghouden bij het sterfbed van (oudere) mensen. Niemand mag alleen sterven, corona of niet.

Ahriman en de coronacrisis
Tot nu toe hebben we vooral gekeken naar de geestelijke gevolgen van de maatregelen die de overheid genomen heeft (anderhalve meter afstand, alleen sterven) en die de overheid nog zal nemen (inentingen en de corona-app bijvoorbeeld). Daarbij viel het op hoezeer alleen maar wordt stilgestaan bij het fysieke of materiële aspect en dat het geestelijke aspect volledig verwaarloosd wordt.
We kunnen echter nog dieper, nog verder kijken. Want welke rol speelt de coronacrisis in het geheel van de mensheidsontwikkeling? De mensheid zet immers in elke tijd weer een stapje vooruit in haar ontwikkeling. Als we naar die ontwikkeling kijken, wat is dan de plaats van corona in die ontwikkeling?  
Om dat op het spoor te komen moeten we ons realiseren dat dit de tijd is waarin Ahriman wil incarneren. Dankzij onze confrontatie met hem zullen we ons weer nieuwe geestelijke krachten en vermogens eigen kunnen maken die nodig zijn voor onze verdere ontwikkeling als mens.
Ahriman is het geestelijke wezen dat in de Bijbel de satan wordt genoemd. Hij is de geest van het pure materialisme, van de verharding en van de angst. Hij ontkent de ziel en de geest, en wil alleen maar weten van het fysieke en het materiële.
Ahriman is overigens niet alleen maar slecht voor ons! We hebben ook veel aan hem te danken: hij gaf ons de kracht en het inzicht om het meesterschap over de materie te verwerven – en zoals iedereen kan waarnemen, zijn we in dat opzicht een goede leerling van hem geweest. Hij zal waarschijnlijk incarneren in Amerika – in 2233, of misschien zelfs al in 2024.
Wat wil Ahriman met zijn komende incarnatie bereiken? Hij wil onze samenleving omvormen tot een perfecte gestroomlijnde automaat. Het communistische regime in Rusland was een eerste voorbode van zo’n samenleving. Een soortgelijke ontwikkeling - maar dan nog veel meer uitgesproken – is aanstaande. Alles wat er in deze tijd gebeurt is in wezen een voorbereiding op die ontwikkeling.
Ahriman wil – naast het omvormen van de samenleving tot een perfecte automaat - dat de mensen alleen maar gehoor zullen geven aan de wetten van de materie en dat ze de ziel en de geest zullen ontkennen. Daarbij is zijn voornaamste werktuig dat van de angst: hij wil de mensen bang maken, zodat ze alles slikken wat hij ze voor wil leggen. Bovendien werkt angst verkrampend, en door die kramp trekt ons etherisch lichaam zich als vanzelf samen en verliest daardoor (weer iets van) zijn natuurlijke verbinding met de geestelijke wereld.
Ik zie de coronacrisis dan ook als een slimme zet van Ahriman om de samenleving via de angst voor corona te manipuleren en de mensen alles te laten slikken wat de overheid nodig acht: geen intimiteit, kinderen niet naar school en hen bang maken voor aanrakingen, mensen die alleen sterven, inentingen erdoorheen jagen, onze vrijheid inperken (o.a. via de corona-app en het betalen met je pasje in plaats van met contant geld) onder het mom van onze gezondheid en ga zo maar door.
Met name ook het inperken van onze vrijheid is belangrijk voor Ahriman: alleen dan zullen mensen zich voegen in een samenleving die een perfecte automaat zal zijn. Ook dat zien we nu gebeuren. Een voorbeeld: het account van Maurice de Hond op LinkedIn werd geblokkeerd, omdat hij niet keurig in de pas liep van de overheidsmaatregelen en voorzichtig kritisch staat tegenover het crisisteam van het RIVM. Gevraagd naar een toelichting op het verwijderen van het account van de Hond stelt LinkedIn: Hiermee bedoelen we, dat geen bijdragen zijn toegestaan die rechtstreeks in tegenspraak zijn met de richtlijnen van vooraanstaande wereldwijde gezondheidsorganisaties en volksgezondheid autoriteiten. Dat betekent dat we dus alleen mogen zeggen wat het crisisteam en de overheid voor juist achten, en dat we voor de rest het zwijgen ertoe moeten doen! Dat mogen we gerust een schokkende ontwikkeling noemen!
Zo ontstaat er – mede door het rigoureuze inperken van onze vrijheid - een mensheid die Ahriman straks, als hij geïncarneerd zal zijn, als verlosser en bevrijder zal begroeten. De coronacrisis speelt dus een belangrijke rol in de voorbereiding op de komende incarnatie van Ahriman.

Ahriman wil dat we bang zijn voor de dood
Wat in alle gesprekken en discussies over corona niet of nauwelijks genoemd wordt, is onze angst voor de dood. Waarom werden de mensen in dit voorjaar ineens zo bang? Waarom kwam al heel gauw na de eerste besmettingsgolf het virus van de angst om de hoek kijken? Omdat zovelen in onze tijd in wezen bang zijn voor de dood. Maar daarover wordt niet of nauwelijks gesproken. Door de overheid niet, maar ook niet door de kerken.
De kerken zijn langzamerhand leeggelopen en in plaats van wat de kerken de mensen voorhielden over het voortgaande leven na de dood, is niets anders gekomen: als het over de dood gaat, kennen de mensen vooral angst, maar hebben ze geen antwoord, geen innerlijk vertrouwen, geen dieper weten.
Je zou dus kunnen zeggen dat corona ons de vraag stelt: hoe sta jij tegenover de dood? Wat is jouw antwoord, jouw reactie, wanneer de dood in aantocht is? Kun je en durf je in vol vertrouwen het nieuwe leven aan de overkant van de dood tegemoet te gaan?  Weet je diep vanbinnen dat je niet alleen hoeft te sterven, maar dat er altijd geliefde gestorvenen klaar staan om je op te vangen en je te begeleiden door de poort van de dood?
Wie zich bezint op deze vragen, wie zich oefent in overgave en vertrouwen en wie in staat is stil te worden en te luisteren naar wat ons hart ons over deze vragen wil zeggen, die zal zijn angst voor corona verliezen en daarmee het virus van de angst overwinnen.
Ahriman wil juist niet dat we onze angst voor de dood overwinnen, want bange mensen kan hij veel beter manipuleren. Daarom komt het hem goed uit dat zoveel mensen in feite bang zijn voor de dood. Een angst die hij alleen maar versterken wil. Daarom zijn er juist nu moedige mensen nodig die deze vragen niet uit de weg gaan, maar zo werken aan zichzelf dat in hun hart een betrouwbaar antwoord opwelt op de vraag naar de dood.

Christus raakt ons hart aan en wekt ons
Maar er is nog een andere invalshoek van waaruit we het waarom van de huidige coronapandemie kunnen begrijpen. Want deze pandemie speelt een belangrijke rol in de strijd tussen Ahriman en Christus. Wat bedoel ik met deze cryptische woorden?
Om dat te begrijpen moeten we ons eerst bewust worden dat in de jaren rond 1899 zich een belangrijke overgang voltrok. In 1899 eindigde namelijk een eeuwenoud tijdperk: het Kali Yuga of het IJzeren Tijdperk. Dat tijdperk was omstreeks 3000 v. Chr. begonnen en had dus zo’n 5000 jaar geduurd. In dat tijdperk verloor de  mens geleidelijk zijn heldervoelende of intuïtieve verbinding met de geestelijke wereld.
Aanvankelijk wist de mens in dat tijdperk nog van binnenuit van de geestelijke wereld, van de engelen, van Christus of de Zonnegeest en van het voortgaande leven aan de overkant van de dood. Maar hoe langer dat donkere tijdperk duurde, hoe meer de mens dat intuïtieve weten verloor. Dat kwam ook, omdat de mens in die tijd zijn denken begon te ontwikkelen - en dat was een geschenk. Maar wel een geschenk dat ten koste ging van ons oorspronkelijke intuïtieve weten. Zo kwam het dat de mens in de moderne tijd steeds meer met lege handen kwam te staan als het ging over de grote vragen van leven en dood.
Als deze ontwikkeling zich op dezelfde manier zou voortzetten, zou de mens uiteindelijk elke levende verbinding met de geestelijke wereld verliezen en volledig aan het materialisme zijn overgeleverd. Om dat te voorkomen had de kosmische Christus, de geest van de volkomen liefde, echter al eeuwen geleden besloten om zich juist in deze tijd opnieuw tot de mens te wenden en hem wakker te schudden. Hoe deed hij, en hoe doet hij dat nog steeds in onze tijd?
Met het einde van het Kali Yuga begon er in 1899 een nieuw tijdperk, waarin de mens heel langzaam weer een beetje gevoelig zal worden voor de geestelijke wereld en ervaringen met die wereld op zal doen. Dat werd (en wordt) mogelijk omdat vanaf 1899 het etherische lichaam van de mens geleidelijk weer een klein beetje beweeglijker wordt (vooral bij mensen die zich wijden aan een innerlijke, geestelijke ontwikkeling). Daardoor kan de verbinding met de geestelijke wereld weer ervaren worden.
De ervaringen die de mensen daarbij als gevolg van deze ontwikkeling opdoen - met name sinds de Tweede Wereldoorlog – zijn deze: sommigen krijgen een bijna doodervaring, anderen ervaren een levende verbinding met een geliefde gestorvene, weer anderen ontmoeten een engel, en nog weer anderen mogen in een flits de Christus schouwen. Zo zien we hoe er sinds enige tijd een nieuw tijdperk voelbaar wordt, waarin de mens weer een levende verbinding met de geestelijke wereld begint te krijgen.
In het esoterisch christendom wordt verteld hoe zo’n Christuservaring mogelijk wordt(5). Die ervaring werd mogelijk omdat de Christus in deze tijd is afgedaald naar de etherische wereld, de laagste geestelijke wereld die als een schil om de aarde heen ligt. Rudolf Steiner vertelt dat de Christus zich vanaf de dertiger jaren van de vorige eeuw steeds vaker vanuit deze wereld aan de mensen kenbaar zal maken. Dat (de afdaling van Christus naar de etherische wereld) is de reden waarom we over opvallend veel Christusverschijningen in de Jappenkampen en de concentratiekampen van het Naziregime hoorden: sinds die tijd werden deze verschijningen mogelijk. 

Een beslissende keuze
De Christus raakt vanuit de etherische wereld ons hart en onze ziel aan – en wel als wij ons innerlijk voor hem (en voor de liefde die van hem uitgaat) openstellen. Wanneer dat gebeurt kan het ons onverwacht overkomen dat we zijn aanwezigheid voelen, of dat we ervaren hoe een golf van liefde ons omhult, of dat we onverwacht een diep vertrouwen ontvangen: het gevolg van zijn aanraking. Door die aanraking komen we – als we ons daaraan durven overgeven – in een transformatieproces dat ons geleidelijk tot andere mensen maakt. En wel tot mensen die intuïtief wéten en die een diep vertrouwen in de geestelijke wereld en in onze beschermengel ontwikkelen. Of tot mensen die steeds intenser voelen dat het in dit leven gaat om liefde: om liefde te schenken en liefde te zijn.
Maar het grootste geschenk van deze transformatie is dat daarbij de eerste krachten van ons hoger Zelf (ons hogere Ik of de geest) in ons beginnen op te bloeien. Want Christus ís de geest, ís liefde, ís de kracht van ons hoger Zelf. Als hij ons aanraakt, legt hij daarbij  deze krachten in ons neer. En als deze krachten vervolgens in ons tot ontwikkeling komen, worden wij tot mensen die niet langer alleen vanuit de kracht van hun ego (ofwel hun lagere ik) leven, maar die zich laten leiden door de kracht van het hogere Ik, ofwel de kracht van de ware, hogere liefde.
Hoe meer mensen deze aanraking van Christus zullen ervaren, hoe meer mensen er zullen zijn die op een eigen, nieuwe manier een levende verbinding met de geestelijke wereld beginnen te ervaren. Zo zal de verbinding met de geestelijke wereld, dwars door vele stormen heen, opnieuw ervaarbaar worden, op een nieuwe en wetende manier, van binnenuit.
In heel de stapsgewijze ontwikkeling van de mensheid is dit de grootste en meest beslissende ontwikkelingsstap: de afdaling van de Christus naar de etherische wereld en daarmee de geboorte van het hogere Ik in ons. Het zal duidelijk zijn dat deze gebeurtenis haaks staat op wat Ahriman wil bereiken. Daarom maakt hij, om die ontwikkeling tegen te gaan, gretig gebruik van corona covid-19. Met dit virus brengt hij angst in de wereld en sluit daarmee de mensenharten af van de geestelijke wereld: angst werkt immers afsluitend, zoals we zagen. Zo zullen, dankzij corona covid-19, de mensen hun verbinding met de geestelijke wereld verliezen en alleen nog maar de materie aanbidden.

Daarom mogen we zeggen dat corona covid-19 ons voor een keuze plaatst: aan welke levenssfeer willen wij ons toevertrouwen? Aan de sfeer van Ahriman, en dus aan de sfeer van het loutere materialisme, de sfeer van onvrijheid en angst, en de sfeer van ‘hebben’, of aan de sfeer van Christus, en dus aan de sfeer van een oprechte liefde, van een voelbare verbinding met de geestelijke wereld en van een innerlijk zeker weten.

Zo gezien is het eigenlijk een geschenk dat velen van ons in coronatijd gedwongen thuis zaten: dat schiep en schept ruimte voor bezinning. En als er iets nodig is in deze tijd, dan is het deze bezinning. Want juist die bezinning kan ons bewust maken van de beslissende keuze waarvoor we in onze tijd staan. Als corona ons dit bewustzijn schenkt, dan wordt zij tot een geschenk voor de mensheid, in plaats van een bedreiging!

NOTEN

  1. Dit journaal is een samenvatting van de lezing die ik op 26 augustus 2020 gaf in Voerendaal. Van deze lezing werd een video-opname gemaakt. Deze opname kunt u vinden op  het volgende webadres: https://www.youtube.com/watch?v=yHDnjUs65i8.
  2. Zie schooltv.nl/video/tonky-jack-anderhalve-meter
  3. Thuisopdracht digi-doener Klooien met je eigen lichaam (op https://futurenl.org/hulplijn)
  4. Maar wordt de stervende dan niet opgehaald door geliefde gestorvenen? Jawel, iedere stervende wordt uiterst liefdevol omringd en begeleid bij zijn gang door de poort van de dood. Maar als de stervende bang is, sluit hij zich als vanzelf af en kan daardoor degenen niet zien die hem komen halen en helpen. Vooral angst werkt afsluitend. Pas als (veel) later de angst en eenzaamheid zijn weggeëbd, zal hij alsnog degenen zien die hem zijn komen helpen.
  5. Zie over de vele ervaringen die ik in dit kader opdeed mijn boek: De verschijningen van Christus in onze tijd, Uitg. Ten Have, 2002